mim2p2
 
       
 
k8
   
       
               
  achP8            
stipP8
 

Boerenbont

De grote blad- en bloemmotieven op keramisch servies noemen we "boerenbont”. De benaming boerenbont kwam tussen de eerste en tweede wereldoorlog in zwang. Het servies werd namelijk vooral door plattelandsbewoners gekocht, omdat het goedkoper was dan ander aardwerk. Het had dan ook vooral een gebruiksfunctie. De naam boerenbont raakte zo ingeburgerd, dat De Sphinx en Société Céramique hem officieel op motief 15 en 483a gingen plakken. Vanaf het allereerste begin hebben de verschillende fabrikanten, niet alleen in Nederland, hun serviezen gedecoreerd. Dit gebeurde veel met grote blad- en bloemmotieven die wij later ‘boerenbont’ zijn gaan noemen. De motieven werden veelal met de hand geschilderd en ieder patroon kreeg een eigen nummer en soms ook een naam. Alleen in Maastricht waren er zo’n 200 motieven in omloop, waarvan enkele tientallen in grote aantallen zijn geproduceerd. Sommige motieven werden later ook gestempeld met een stempel van bukshout of rubber of men paste de uit Engeland overgewaaide drukdecors toe. Met deze techniek kon men met behulp van een bedrukt vel motieven op het aardewerk wrijven. Natuurlijk is de benaming ‘boerenbont’ tegenwoordig veel breder en vallen eigenlijk de meeste motieven eronder die uit eenvoudige blad- en bloemdessins in een beperkt kleurengamma bestaan.
  Als u aan de rechterkant de Lakenweverstraat ziet, gaat u deze even 20 m in; hier ziet u links een schildering van het zo bekende Boerenbont. Deze schildering is, zoals nog enkele andere in dit kwartier, gemaakt door Kubatsch.    
  bboranjeP8  
    kanP8    
 
     
   
  decodP8
Tientallen patronen zijn in grote aantallen gemaakt waarvan ‘boerenbont’ (Sphinx nummer 15) wel een van de bekendste is. In de loop van de tijd werd het scala aan decoratietechnieken steeds uitgebreider. Zo begon men omstreeks 1840 met het toepassen van de techniek van de drukdecors. Het gebruik van decalcomanieplaatjes (plakprentjes) betekende tijdsbesparing, maar maakte het ook mogelijk om gedetailleerde en meerkleurige voorstellingen op het aardewerk aan te brengen. Voor de Eerste Wereldoorlog kwam ook het decoreren met behulp van sjablonen in gebruik. Vanaf de jaren vijftig kwam het zeefdrukken tot ontwikkeling.